Draaideurpolitiek: corruptie op hoog niveau

De overstap van oud-politici onmiddellijk na hun aftreden naar functies in de particuliere sector roept in de publieke opinie steeds vaker vragen op uit een oogpunt van schijn van belangenverstrengeling. Maar ook het omgekeerde vindt regelmatig plaats: zo belanden opvallend veel oud-medewerkers van de criminele Amerikaanse bank Goldman Sachs op hoge invloedrijke posities. Corruptie op hoog niveau.

Waarom betaalde Goldman Sachs voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton honderdduizenden dollars voor een paar toespraken? Was het omdat ze waardevolle observaties had over de economie en investeringen? Het antwoord op deze vraag is dat bedrijven soms bereid zijn grote sommen geld over te dragen aan invloedrijke politici, omdat ze iets in ruil willen.

In sommige gevallen willen ze hulp van machtige insiders, zodat ze de dwingende macht van de overheid kunnen gebruiken om het geld van andere mensen af te pakken, wat verwerpelijk en walgelijk is. In andere gevallen proberen ze ervoor te waken dat ze niet het slachtoffer worden van hoge belastingen en strafbepalingen en dus betalen ze "beschermingsgeld" aan invloedrijke ingewijden in de hoop gespaard te worden.

In beide gevallen (het ene morele en het andere immorele) nemen bedrijven rationele beslissingen. Politici hebben een enorme macht om te belasten, te besteden en te reguleren, dus het is logisch om aan hun goede kant te komen, door ze rechtstreeks geld te geven of bij te dragen aan hun campagnes. Makkelijker is het eigen medewerkers te kunnen plaatsen op invloedrijke posities in de politiek.

Dit is een groot probleem in de Verenigde Staten, maar het is ook een probleem in Europa.

Het hoofd van de Federal Reserve Bank of Dallas (Robert S. Kaplan), het hoofd van de Federal Reserve Bank of Minneapolis (Neel Kashkari), de Amerikaanse minister van Financiën (Steve Mnuchin), de voormalig president van de Europese Centrale Bank (Mario Draghi) en het hoofd van de Bank of England (Mark Carney) hebben allemaal twee dingen gemeen: ze zaten en zitten bovenop enorme hoeveelheden geld en ze zijn allemaal marionetten van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Bovendien werkte William Dudley, de voormalige president van de Federal Reserve Bank van New York (die in het geheim meer dan $ 29 biljoen doorsluisde naar Wall Street om er de corrupte banken te redden tijdens de financiële crisis en nu de geldkranen voor biljoenen dollars méér heeft opengedraaid) voor meer dan twee decennia bij Goldman Sachs, oplopend tot de rang van partner en US Chief Economist.

Goldman Sachs is op verschillende manieren afgeschilderd als "een grote vampierinktvis die zijn tentakels heeft uitgespreid over de mensheid en die meedogenloos is in alles wat naar geld ruikt", zei Matt Taibbi van Rolling Stone zo ongeveer. Maar de onderneming staat ook bekend als de amorale investeringsbank die hypotheken bundelde waarvan ze wist dat die zou falen en ze aan haar klanten verkocht met de mededeling dat het goede investeringen waren - zodat het miljoenen kon inzetten tegen haar klanten (shorting). Ook staat het bekend als de plaats waar hebzucht zó overdreven werd dat een vice-president, Greg Smith, ontslag nam middels een artikel op de OpEd-pagina van de New York Times waarin hij schreef dat zijn collega's ongevoelig "over het afzetten van hun klanten" spraken. Smith's bazen werden er door hem ook bij gehaald: "In de afgelopen 12 maanden heb ik vijf verschillende directeuren hun eigen klanten als "muppets" zien noemen," schreef Smith.

Vandaag de dag wordt Goldman Sachs aan een strafrechtelijk onderzoek onderworpen door het Amerikaanse ministerie van Justitie en aan een strafrechtelijke vervolging door Maleisië vanwege de rol van de bank in omkoping en verduistering van het eigen soevereine vermogensfonds dat bekendstaat als 1MDB.

De beruchte geschiedenis van Goldman Sachs heeft het concern er niet van weerhouden om op magische wijze in regeringsposities te belanden die gigantische stapels geld beheersen, creëren of leiden. Ondanks Donald Trump's eerste run voor president (waarbij hij op een populistische toon bezwoer het moeras in Washington droog te leggen) had hij, een volle maand voordat hij zelf in het Oval Office ging zitten, de volgende personen voor zijn administratie genomineerdd of benoemd: Steve Mnuchin, een voormalige veteraan van Goldman Sachs (17 jaar in dienst) en een "foreclosure"-koning tijdens de financiële crisis om Trump's minister van Financiën te zijn; Steve Bannon, die eerder bij Goldman Sachs in fusies en overnames had gewerkt, zou Trump's Senior Counselor en Chief White House Strategist worden.

Gary Cohn, de zittende president en Chief Operating Officer van Goldman Sachs, werd door Trump gekozen om de Nationale Economische Raad te leiden en zijn belangrijkste strateeg te zijn bij het ontwikkelen van zijn economisch beleid. In de twee jaar voorafgaand aan de financiële crash van 2008 op Wall Street was Cohn co-president van Goldman Sachs. Cohn werd een multimiljonair van de zaken die hij voor het bedrijf in die jaren deed en verdiende bijvoorbeeld alleen al in het jaar 2006 $ 27,5 miljoen aan aandelen en opties.
Greg Gordon van McClatchy Newspapers meldde in 2009 dat een belangrijk onderdeel van Goldmans bedrijf in de jaren vóór de crash als volgt werkte: “In 2006 en 2007 heeft Goldman Sachs Group meer dan $ 40 miljard aan effecten uitgegeven, gesteund door minstens 200.000 risicovolle hypotheken, maar de kopers werd nooit verteld dat de bank zelf stiekem weddenschappen afsloot dat een scherpe daling van de Amerikaanse huizenprijzen de waarde van die effecten zou doen kelderen."

Cohn en Bannon hebben sindsdien de regering Trump verlaten. Mnuchin is gebleven als de Amerikaanse minister van Financiën.

Mnuchin is nauwelijks het eerste Goldman Sachs-poppetje dat als Amerikaanse minister van Financiën dient. Robert Rubin was Amerikaanse minister van Financiën tijdens het presidentschap van Bill Clinton. Rubin was een langjarige partner bij Goldman Sachs die de rang van covoorzitter van het bedrijf bereikte. Rubin was ook een belangrijke speler bij de intrekking van de Glass-Steagall Act tijdens de Clinton-regering.
Glass-Steagall had het Amerikaanse financiële systeem 66 jaar veilig gehouden door de handelshuizen van Wall Street te verbieden om federaal verzekerde deposito-banken te bezitten. Slechts negen jaar na de intrekking zou Wall Street opnieuw instorten in een herhaling van 1929 - een andere periode waarin de handelshuizen van Wall Street deposito-banken bezaten en het geld gebruikten om fatale, speculatieve weddenschappen te sluiten (net als nu, trouwens, maar dan op nòg grotere schaal).

Henry (Hank) Paulson diende als minister van Financiën tijdens de George W. Bush-administratie en was er om ervoor te zorgen dat Wall Street in 2008 tijdens de ergste financiële crash sinds de Grote Depressie zijn massale bailout-operatie kreeg. Paulson ontving een enorme meevaller op de verkoop van zijn $ 480 miljoen in de aandelen van Goldman Sachs toen hij Goldman als CEO verliet om minister te worden in 2006, vooruitlopend op de details van Goldman's rol in de subprime-schuldencrisis.

Soms zwaait de draaideur de andere kant op naar Goldman Sachs. E. Gerald Corrigan was van 1985 tot 1993 president van de Federal Reserve Bank in New York. Een jaar later stond Corrigan op de loonlijst van Goldman Sachs als directeur. Hij werd twee jaar later partner en werkte daar de volgende 22 jaar.
Na hij bij Goldman Sachs op de loonlijst was gezet was Corrigan co-voorzitter van een geheime groep die bestond uit de belangrijkste risicofunctionarissen van de banken van Wall Street. Het werd de Counterparty Risk Management Policy Group (CRMPG) genoemd. Het plan van de groep was om periodiek erudiet klinkende rapporten uit te brengen bestemd voor toezichthouders, rapporten die suggereren dat Wall Street zichzelf zou kunnen controleren volgens een reeks "Guiding Principles" om te ontsnappen aan verder onderzoek of regulering van haar krankzinnige niveau's van derivaten.

Trouwens, ook in Europa kennen we voorbeelden van mensen die een switch maakten naar Goldman Sachs. Meest aansprekende voorbeeld is de Portugese oud-premier José Barroso, die in 2016 onder vuur kwam te liggen nadat hij die zomer een baan had aanvaard als adviseur bij de Amerikaanse bank. José Manuel Barroso kennen we ook nog als voorzitter van de Europese Commissie, en hij onderhield al tijdens zijn EU-tijd geheime contacten met zakenbank Goldman Sachs. Dat is gebleken uit correspondentie tussen Barroso en de topman van Goldman Sachs Lloyd Blankfein die de Portugese krant Publico in handen kreeg. Volgens Publico stelde Goldman Sachs op vertrouwelijke basis veranderingen in EU-beleid voor die Barroso's kabinet "met grote belangstelling" tot zich nam.

Er is iets merkwaardigs met die benoeming van José Manuel Barroso die door Goldman Sachs toen was aangenomen als "niet-uitvoerend voorzitter van Goldman Sachs International". Volgens het persbericht van het bedrijf zou hij ... tja, wat zou hij eigenlijk? Het is niet duidelijk wat zijn rol zou zijn of welke waarde hij zou bieden. Alles wat we te horen kregen is wat bla-bla over zijn politieke carrière en een duistere verklaring dat "hij ook een adviseur van Goldman Sachs zal zijn."
Misschien dat zij Wikipedia-bio aangeeft dat hij veel expertise heeft op het gebied van investeringen? Maar het enige dat we daar vinden, is dat hij een carrièrepoliticus was, eerst in Portugal en daarna in Brussel (waar hij een beetje een lachertje was). Er zijn geen aanwijzingen dat hij ooit een baan in de particuliere sector heeft bekleed.
Maar we krijgen dit kleinigheidje wel: in zijn universitaire tijd was hij één van de leiders van de ondergrondse maoïstische MRPP (Reorganizing Movement of the Proletariat Party, later PCTP / MRPP, Communist Party of the Portuguese Workers / Revolutionary Movement of the Portuguese Proletariat). Dat klinkt niet als de stamboom van iemand die net een rijkelijk gecompenseerde positie heeft ingenomen in de veronderstelde tempel van het wereldwijde kapitalisme. Maar het echte verhaal is dat Barroso geen communist is (althans niet nu) en Goldman Sachs geen bastion van vrije markten. In plaats daarvan zijn beiden deskundige beoefenaars van vriendjespolitiek.

Wat te denken van het hoofd van de Bank of England. De Londense bank staat sinds jaren onder de leiding van de Canadees Marc Carney, de eerste buitenlandse baas van de gerespecteerde Engelse bank. Marc Carney werkte voordien 13 jaar bij Goldman Sachs, en heeft er flink kunnen bouwen aan zijn carrière en politieke overtuiging.

De voormalige ECB-voorzitter, Mario Draghi, werkte van 2002 tot 2005 in een leidinggevende functie bij Goldman Sachs in London als vicepresident voor de afdeling Europa. Kort voor zijn aantreden in 2001 heeft hij de bank van de Griekse regering opgezadeld met dubieuze deals in opdracht van Goldman Sachs, om de Griekse staatsschuld klein te "praten". Later ontkende hij in alle toonaarden dat hij zich met het Griekse schuldenprobleem heeft bemoeid. Maar het zogenaamde miljardenzware EU-IMF "reddingsprogramma" voor Griekenland kwam niet bij de bevolking terecht, maar was uitsluitend bedoeld om de Europese banken (Franse, Nederlandse en vooral Duitse) van de ondergang te redden.

Of neem Mario Monti bijvoorbeeld. In 2004 verliet hij zijn post als EU-commissaris voor een baantje als adviseur bij Goldman Sachs. Tijdens de financiële crisis wisselde hij wederom van stoel, ging terug in de politiek als regeringsleider in Rome, nadat Berlusconi onder internationale druk (van Merkel) moest terugtreden.

Hebben we natuurlijk ook voormalig Eurocommissaris Neelie Kroes die, nog geen half jaar na haar vertrek uit Brussel, vijf nieuwe banen had in de private sector, waarvan drie bij geregistreerde lobbyorganisaties, nl. Salesforce, Bank of America Merril Lynch en Uber. Bij de laatste adviseerde Kroes over onder meer regelgeving en mededinging (!).
Maar zij is niet de enige uit ons land..... Het meest in het oog springend is de, overigens niet succesvolle, overgang van verkeersminister
Camiel Eurlings naar de KLM geweest. Een andere overstap die in de media steeds terugkeert is die van oud-minister van Economische Zaken Maxime Verhagen naar lobbyorganisatie "Bouwend Nederland" en zijn adviseurschap van VDL, het bedrijf dat tijdens zijn ministerschap het NEDCAR-concern overnam. Oud-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries trad na zijn politieke loopbaan toe
tot het lobbykantoor dat de belangen behartigde voor het concern dat de Joint Strike Fighter (JSF) levert, een defensieproject waarbij hij als bewindspersoon nauw betrokken was.
Of wat te denken van de fanatiek flipperaar oud-minister Zalm van Financiën, die eerst aan de slag ging bij de "uitpers-bank" van Dirk Scheringa, en later bij staatsbank ABN AMRO. Oud-minister van Financiën Wouter Bos vertrok kort na zijn aftreden naar accountants- en advieskantoor KPMG, zijn voormalige premier Balkenende koos voor concurrent Ernst & Young.
Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot ging kort na zijn aftreden over naar lobbykantoor Meines Holla & Partners, en benaderde toenmalig minister Ploumen van Buitenlandse Handel – tot haar grote ergernis – om een exportvergunning voor een bedrijf te bepleiten.

In Duitsland was de steenrijke Alexander Dibelius jarenlang de ceo van Goldman Sachs Germany, hij was tevens de man van Daimler en Chrysler, Vodafone en Mannesmann. Later is hij een belangrijke adviseur van Angela Merkel geworden. Merkel werd ook geruime tijd door de bondsbankier Otmar Issing, een invloedrijke econoom, geadviseerd. Hij was de man die de strategie van het monetaire beleid van de ECB definieerde tijdens de financiële crisis vanuit een deskundigengroep van de Bondsregering voor de hervorming van de financiële markten. Vanaf 2007 was hij tegelijkertijd als "International Advisor" werkzaam bij Goldman Sachs.

Maar weer terug naar de VS. Vertegenwoordigers van banken als Lehman Brothers, Citigroup, Bear Stearns en Merrill Lynch zaten in belangrijke commissies van de eerder genoemde Counterparty Risk Management Policy Group en hielpen bij het formuleren van de "Guiding Principles" voor Wall Street.
Lehman Brothers heeft op 15 september 2008 faillissement aangevraagd - slechts vijf weken nadat een rapport van de groep over risicobeheer werd vrijgegeven. Een dag vóórdat Lehman instortte, was Merrill Lynch in de armen van Bank of America gevallen. In maart van dat jaar was Bear Stearns spectaculair uitgeblust en werd het geabsorbeerd door JPMorgan met miljarden dollars aan hulp van de New York Fed. Ook in 2008 ontving Citigroup de grootste bailout van de belastingbetaler in de Amerikaanse geschiedenis.
Later werd door het Government Accountability Office onthuld dat Citigroup ook in het geheim meer dan $ 2,5 biljoen aan cumulatieve, onder de markt verstrekte leningen had ontvangen van de Federal Reserve in New York - waarvan een aanzienlijk deel was verstrekt tegen onderpand van junk bonds en aandelen, die in een vrije val kwamen op het moment dat de New York Fed ze accepteerde als onderpand.

Volgens een e-mail van Patrick M. Parkinson van de Financial Crisis Inquiry Commission (FCIC) van de Federal Reserve aan Steven Shafran (een ambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Financiën die er in februari 2008 was toegetreden, ook afkomstig van Goldman Sachs om onder Paulson te dienen), zou er gebruik gemaakt worden van het plan van de groep voor de afhandeling van een belangrijke in gebreke blijvende tegenpartij. Shafran schreef het volgende:
“Tim (Geithner, president van de New York Fed) zal Corrigan vragen om de vorming van de standaardmanagementgroep voor de particuliere sector (DMG) te versnellen, zoals voorgesteld door CRMPG III. In het bijzonder zullen we de groep vragen ons te adviseren over: (1) de informatie die we zouden moeten verkrijgen van een dealer in moeilijkheden om de potentiële impact van het stopzetten van OTC-derivatenboeken van een dealer op zijn tegenpartijen en op financiële markten te beoordelen; en (2) de informatie die een potentiële verkrijger van het OTC-derivatenboek van een dealer in moeilijkheden (en mogelijk ook gerelateerde hedges) om de potentiële risico's en opbrengsten van een dergelijke overname te beoordelen. Het advies van de groep (en wat we vernamen tijdens verhoren bij de Lehman-zaak) zou de volgende stappen in het MIS-project informeren en uiteindelijk wat onze verwachtingen zullen zijn met betrekking tot dealer MIS."

De e-mail was van 5 september 2008 en gemarkeerd als "Zeer Vertrouwelijk". Slechts 10 dagen later vroeg Lehman Brothers faillissement aan, wat leidde tot een enorme paniekgolf en besmetting van zijn afgeleide tegenpartijen over de hele wereld.

De stiekeme rol van banken van Wall Street bij de overname van belangrijke posten van de federale overheid, bij de financiering van politieke campagnes van de federale kandidaten, bij de vaststelling van wetgeving achter de schermen om hun rampzalige geldregelingen te bevorderen en bij de effectieve overname van de presidentiële transitieteams die het kabinet van de president kiezen, is een publiek corruptieschandaal van epische proporties die nooit te vinden zijn op de voorpagina's van westerse kranten.

Goldman Sachs heeft niet bepaald een smetteloze reputatie. De bank is zoals gezegd niet alleen mede verantwoordelijk voor de economische crisis in 2008, die ook burgers hard raakte. We zeiden ook dat de bank (Draghi) de Griekse regering hielp met het wegmoffelen van schuldcijfers om aansluiting bij de eurozone te krijgen. Politici wisten daar overigens (al ruim vóór de toetreding) van af.

 

Afdrukken Doorsturen